Speerpunten
De kernwaarden binnen ons onderwijs zijn: respect, verantwoordelijkheid, openheid, betrokkenheid en resultaatgerichtheid.Voor ons geldt dat ieder kind uniek is, het kind mag zijn zoals het is. Ook heeft ieder kind zijn talenten en is ergens goed in. We begeleiden de kinderen in hun ontwikkeling naar zelfstandigheid en het nemen van verantwoordelijkheid. Deze uitgangspunten zijn de rode draad van ons onderwijs en onze manier van omgaan met elkaar.
Ons onderwijs is gebaseerd op het motto ”Wie ont-moet bereikt meer- samen voor jou!”. Ontmoeten kan uitgelegd worden in de zin van “samen”. Samen gaan we voor de ontwikkeling van de kinderen. Ook de ouders worden hierbij betrokken. Samen lossen we problemen op. Samenwerken en van elkaar leren vinden we belangrijk.
Ont-moeten kan ook uitgelegd worden als niet-moeten. Hiermee geven we aan dat we betekenisvol onderwijs geven. Naast het werken met methoden creëren we momenten om het inzicht van de kinderen op een speelse of ervaringsgerichte manier te versterken. Projecten op dit gebied zijn: passend reken en wiskunde onderwijs(PARWO), Brabants verkeersveiligheids label (BVL), de natuur-leertuin en projectmatig onderwijs tijdens het atelier.
De school heeft Engels aan jonge kinderen ( Vroeg Vreemde Talen Onderwijs VVTO) toegevoegd aan het onderwijs. De school wordt hierbij ondersteund door Early bird.
Een EarlyBird-school moet voldoen aan de kwaliteitseisen van Early Bird en voldoen aan de standaard. Die bestaat uit het volgende:
- In elke groep waar Engels gegeven wordt, wordt minstens 60 minuten per week gereserveerd voor lessen/activiteiten in het Engels
- Als Engels is ingevoerd, is er sprake van een ononderbroken leerlijn.
- Engels is ook de doel- en voertaal voor CLIL: Content and Language Integrated Learning. CLIL is bedoeld om leerlingen Engels te laten gebruiken in andere delen van het reguliere schoolprogramma, zodat naast de inhoud ook gewerkt wordt aan verankering en uitbreiding van de Engelse taalvaardigheid.
De activiteiten die op dit moment in de school zijn, zijn in elke bouw iets anders van opbouw.
In de onderbouw wordt spelenderwijs begonnen met Engels. Door middel van liedjes en spelletjes brengt de groepsleerkracht of de vakleerkracht Engels de taal onder de aandacht van de kinderen. Thema’s die in de belevingswereld van kleuters passen, zoals seizoenen, kleding en feesten, vormen hierbij het uitgangspunt.
In de middenbouw is er minder aandacht voor Engels en komt de nadruk te liggen op het leren lezen en schrijven in het Nederlands. Er zijn nog wel activiteiten in het Engels en soms wordt al een start gemaakt met een leergang. Zo komt er geleidelijk plaats voor lezen en schrijven in het Engels, als de kinderen aangeven daaraan toe te zijn.
In de bovenbouw wordt de lees- en schrijfvaardigheid belangrijk. Ook zullen er activiteiten in het Engels gedaan worden, zoals projecten of een toneelstuk.







